Opduwerdolte

Door nielseekma

categorie: Hobby en vrije tijd

Wepje

Maak ook gratis je eigen website op Wepje net als 1405 anderen!
Bijvoorbeeld:
http:// .wepje.com
  • geschiedenis opduwer

    Geschiedenis opduwers

    Nog niet zo lang geleden was het de gewoonste zaak van de wereld dat bijna alles wat vervoerd moest worden, over water ging. De schippers en hun gezinnen die dit werk deden, leefden vaak maar in kleine roefjes op hun scheepjes. En dat dit niet altijd makkelijk is kunnen we ons allemaal wel indenken. De namen van hun schepen gaven vaak al aan, dat het zware en harde arbeid was, waarmee niet veel werd verdiend.

     

     

    Enkele voorbeelden van scheepsnamen zijn: VERTROUWEN, TOEVLUCHT, DE HOOP, ACTIEF, ZORG en VLIJT.

    Zij weerspiegelen deels de lange werkdagen, vaak weinig onderwijs door van jongs af aan te moeten werken, maar tegelijk een zeer groot vakmanschap. De strontschippers probeerden met hun schuiten geld te verdienen met de ontlasting van mens en dier en als ze dan ook al eens geen wind hadden, dan konden ze kiezen: jagen of bomen.

    Het jagen

    Jagen deden ze dan niet met pijl en boog,maar we bedoelen daarmee dat één of meer personen via een schakel in de mast, met een lang stevig touw het schip vanaf d wal vooruit trok(ken). Jagen kon natuurlijk ook met honden of paarden, maar de meeste schippers hadden daar geen geld voor. En daar kwam dan nog eens bij dat de meeste schippersgezinnen niet zo klein waren. Dus konden vrouw en kinderen het schip wel voorttrekken. Een hele andere manier is dan nog het bomen van het schip, maar op diep water ging dat al niet, dus was dit ook niet altijd de oplossing.

    In 1928 betaalde een geladen schip van 80 ton, om zich te laten jagen met een paard, ongeveer vijf gulden voor de afstand van Groningen naar Stadskanaal. Tegen het eind van de jaren twintig nam het aantal scheepsjagers af omdat de scheepsmotor steeds meer zijn intrede deed.

     

    Intrede scheepsmotoren

    De eerste scheepsmotoren al dan niet met een keerkoppeling, vergden bijzonder veel onderhoud en betrouwbaar waren ze al helemaal niet.

    In der loop van de jaren werden de motoren steeds beter, en toen de gloeikopmotoren hun intrede deden, veranderde het één en ander. Zowel in technisch als in financieel opzicht werd de motor aantrekkelijk.

    Het oudste motormerk is Deutz. De eerste in serie gebouwde verbrandingsmotor dateert uit 1876. Rudolf Diesel vervaardigde zijn motor in 1897. In Nederland deden ook de fabrikanten van scheepsmotoren hun best maar de eerste scheepsmotoren kwamen toch pas rond 1910. In Appingendam zat ‘Brons', in Amsterdam zat ‘Kromhout' en in Alphen aan den Rijn zat ‘De Industrie'.

     

    Motorisering en tol

    In de noordelijke provincies ging de motorisering in een lager tempo dan in de rest van Nederland. Dat had vooral te maken met de financiële positie van de schippers en de hoge tolgelden voor bruggen en sluizen in Groningen en Friesland. Voor motorschepen moest men namelijk meestal het dubbele betalen als voor zeilschepen, maar dat was nog niet alles. In Friesland golden andere regels voor lengte een breedte. Zo waren de maten voor motorschepen kleiner dan voor zeilschepen. De lengte was maximaal 31,50 meter en de breedte 5,40 meter voor een motorschip. Deze maat werd ook wel de Friese maat genoemd en gold voor vaarwaters van de eerste klasse. Het vaarwater in Friesland was destijds in vier klassen verdeeld.

    Voor vaarwater van de tweede klasse, de gold voor stoom- en motorschepen waren toegestane afmetingen 21,50 meter lang en 3,80 meter breed.

    Waarom een opduwer?

    Het inbouwen van een scheepsmotor in een zeilschip was meestal niet aantrekkelijk, want dat kostte meestal te veel laadruimte en anders wel woonruimte. Een opduwer bood een oplossing, maar ook een zijschroefinstallatie bood mogelijkheden. De meeste schippers in de noordelijke gebieden kozen voor een opduwer, maar op grotere wateren was deze oplossing wat minder aantrekkelijk, omdat een opduwer van achteren kon vollopen door de achter opkomende golven. Wel was het zo dat men op grotere wateren ging zeilen en de opduwer op sleeptouw of langszij werd meegenomen. Het roertje werd dan naar buiten sturend gezet zodat hij vrij van het schip lag.

    Opduwers zijn te onderscheiden in twee soorten, de vlet en de steilsteven. De stijlsteven was meestal werfgebouwd en voorzien van een echte scheepsdiesel, de vlet opduwer werd vaak zelf gebouwd, en dan meestal met oudere motoren in de vaart gebracht.

     

    Veel gebruikte opduwer-motoren

    Veel gebruikte motoren waren A-ford- en T-fordmotoren, maar niet te vergeten de melkmachinemotoren bijvoorbeeld Wolseley, Lister, Petter, Coventry, Deutz, Jenbag, Guldner, Armstrong en vele anderen.

    De meeste opduwers werden in Groningen gebouwd, onder andere bij Gebr. Bijlholt te Foxhol of Barkmeijer te Stroobos. De lengte varieerde tussen de 4,00 meter en 7,00 meter en de meeste opduwers werden, óf in de verloren uren op een werf gebouwd, óf in de wintermaanden als de schipper niets te doen had of niet kon varen vanwege het ijs. Ze werden dan regelmatig in de laadruimten gebouwd.

    Bouwwijze

    De bouw van een opduwer is hand- en zichtwerk. Een paar strepen op de grond voor de verdeling en dat was voldoende. Allerlei restanten van materiaal werden gebruikt, spanten van verschillende soorten en dikten. Later werd er een tekening gemaakt en zo werd er dan gebouwd.

     

    Motorbediening

    De bediening van de motor in de opduwer gebeurde veelal vanaf het achterdek van het zeilschip. De regulateur werd door middel van een afstandkabel of touw bediend. Voor de bediening van de keerkoppeling werd een grote stok gebruikt die aan de ene kant aan de schakelhandel was bevestigd en aan de andere kant rustte op een soort gaffeltje op het te duwen schip.

    Het kwam ook wel regelmatig voor dat één van de kinderen op de opduwer zat om het te regelen. Bij goede weersomstandigheden liep het schip 8 km per uur, waardoor ze voldoende snelheid hadden om tegen de stroming van de rivier op te varen. De kop van de opdrukker werd met vier lijnen zo dicht mogelijk tegen het schip getrokken. De achterkant van de opduwer werd met twee lijnen op zijn plaats gehouden.

     

    Tot zover een stukje geschiedenis waarom de schipper koos voor een opduwer achter de schuit in plaats van de andere genoemde oplossingen.

  • opduwer dolte bijna voluit

    klik om af te spelen in groter formaat (47 keer afgespeeld)
  •  
    klik om af te spelen in groter formaat (25 keer afgespeeld)
  •  
    klik om af te spelen in groter formaat (22 keer afgespeeld)
  •  
    klik om af te spelen in groter formaat (20 keer afgespeeld)